Théâtre Festival des Libertés
Een laatste maal tekeergaan. Een laatste spektakel, een eerste afscheid, « doek! » roept Bedos. Plechtig belooft hij er een punt achter te zetten. Hij gooit er alles uit, verschiet zijn laatste kruit en tracht iedere avond op de scène te sterven om zo al lachend de dood te bezweren. En als alles goed gaat, herbegint hij.
Het wordt moeilijk om links te zijn. Vooral als we niet rechts zijn. Al vijftig jaar lang palmt Bedos de podia van theaters en music-halls in. Freud daargelaten, is dit voor hem de allerbeste psychotherapie. Hij laat zich helemaal gaan, aarzelt, brult en laat stoom af voor stampvolle zalen met een enthousiast publiek dat hiervoor betaalt: « ik heb geen zin om het dubbele te betalen voor een vent die zich niet eens amuseert. » Gezapigheid is niets voor hem, in de aanval gaan en korte metten maken, daar gaat het om. Alles en iedereen moet eraan geloven: zijn eigen moeder, vrouwen, kinderen, de wereld in alle staten en alle staten van de wereld, sport, godsdienst, engagement, rechts op kop en links halfstok. Ernstige paljas of krankzinnige scheikundige? Bedos schrijft in elk geval met zuur, haalt het bloed onder de nagels en drijft tot wanhoop. Hij schopt schandaal en speelt in op de angstaanjagende actualiteit die heel wat minder komisch is dan hijzelf: ziekte, terrorisme, onwetendheid en zo meer. Hij roept op tot actie, luciditeit en waakzaamheid. Hij zet zichzelf te kijk als een razend dier dat wild om zich heen klauwt. Bedos heeft er zijn buik van vol en spreekt klare taal. Een laatste grote bek opzetten. Een laatste spektakel, een eerste afscheid, « doek! » roept Bedos. Plechtig belooft hij er een punt achter te zetten. Hij gooit er alles uit, verschiet zijn laatste kruit en tracht iedere avond op de scène te sterven om zo al lachend de dood te bezweren. En als alles goed gaat, herbegint hij.
|
|