Naar hoofdinhoud
Théâtre National Wallonie-Bruxelles
Interview

Soms zou je willen dat het om te lachen was!

Léonard Berthet-Rivière & Muriel Legrand

Le Mystère du gant
In Le Mystère du gant van Roger Dupré vindt Léonard Berthet-Rivière het materiaal voor zijn eerste creatie. Samen met Muriel Legrand schudt hij het genre van de vaudeville uit op de tafel en weet het door een prachtig acteerpartnerschap zijn adelbrieven (terug) te geven.
© Noémie della Faille
De kern van het stuk is de vaudeville, die vaak wordt beschouwd als een minder belangrijk, sterk gecodificeerd genre: het boulevard theater. Het draait telkens weer rond de vrouw, de man en de minnaar. Waarom zou je willen acteren in een vaudeville in het jaar 2022?

Léonard Berthet-Rivière: Allereerst omdat het geen vaudeville is die kan worden herleid tot de vrouw, de man en de minnaar. In Le Mystère du gant krijgen we bijvoorbeeld een dokter te zien verkleed als vogel! Dat is geen geringe prestatie! En hij vliegt uit het raam, wat ook niet niks is! Het is vooral een absurdistische vaudeville... Als ik bepaalde codes leen bij het schrijven van een pastiche, is dat uit liefde voor wat ik in deze teksten vond.

Ik weet niet of het wel triviale genres zijn. Feydeau en Labiche werden altijd al veel opgevoerd, ook in de Comédie-Française. En Feydeau is net gepubliceerd door La Pléiade! Misschien gaat acteren in een vaudeville in tegen de huidige theatertrends? Misschien zou theater eentonig worden als we altijd de eigentijdse trends zouden volgen? Toen ik Le Mystère du gant begon te schrijven, wist ik niet waar ik heen ging. Ik baadde in het plezier van het schrijven, van het ontvouwen van situaties alsof ze naar me terugkwamen.  Als kind maakte ik deel uit van een amateurtoneelgroep en kende ik teksten van Ionesco, zoals La Cantatrice chauve, of van Alfred Jarry uit het hoofd. Later las ik Beckett, en het zijn ook deze auteurs die mij ertoe hebben aangezet om te geloven dat achter het absurde een zekere diepte van het bestaan schuilgaat die ons ontgaat.

Muriel Legrand : En vooral, het publiek aan het  lachen brengen is toch je eerste bedoeling! Of niet!?

LBR: Ja, ik maak mensen graag aan het lachen. Voor mij is het een vorm van beleefdheid. Het is moeilijk uit te leggen wat mensen aan het lachen maakt in het theater. Je weet nooit echt hoe er gelachen wordt. Wanneer bij het regisseren een scène plots komisch wordt die dat oorspronkelijk niet was, dan heb je de essentie van het schrijven geraakt, dat is mijn diepe overtuiging. Nou ja, dat geldt natuurlijk niet voor alle scènes van Racine!

ML: Le Mystère du gant is niet alleen vaudeville! Het is vooral een vaudeville aan tafel, niet gendergebonden: één acteur en één actrice spelen 13 personages. Het is een ongelooflijke uitdaging. Ik werd verliefd op Le Mystère du gant. En Le Mystère du gant viel mij in de armen. Ik ben opgegroeid in de wereld van de operette. Het genre van de vaudeville resoneerde in zekere zin ook met mijn jeugd. Ik heb een diepe liefde voor dit theatergenre, dat door velen als "achterhaald" wordt beschouwd. Vandaag, meer dan gisteren, moet ik lachen. Leonardo ook, lijkt me. Hij zoekt voortdurend naar deze beleefdheid. Ik vind het essentieel. Het doet me goed. Uit ervaring blijkt dat het ook goed is voor het publiek.

LBR : Ik hoor het publiek graag lachen. Het lijkt alsof er een raderwerk in gang wordt gezet.

ML : Of niet (gelach).

© Noémie della Faille
Jullie hebben de radicale keuze gemaakt voor een minimum aan rekwisieten. Er is een soort discrepantie tussen de eenvoud van de toneelopstelling - je leest aan tafel - en de complexiteit van de komische bronnen van vaudeville.

LBR: In Le Mystère du gant is er geen decor. We zitten aan tafel. We spelen met z’n tweeën alle personages, met soms een paar rekwisieten die zeer zeldzaam en verrassend blijven. Alles speelt zich af in de verbeelding van het publiek. We hadden het over het ouderwetse karakter van vaudeville, die misschien tot het verleden behoort. Maar dit verleden vertelt ook een verhaal. Misschien werkt de verbeelding wel, omdat ze opnieuw contact maakt met haar eigen beelden uit het verleden, waar ze een vorm van vreugde vindt in het proeven van een achterhaald project, waar ze een zekere liefde voor het theater vindt?

ML: Zoals dit, ik toon het je: een deur slaat dicht. Zo gebeurt het. (Muriel Legrand doet het gebaar na)

Wat brengt de lach tot uiting bij de personages?

ML: De finesse van hun geest.

LBR: Als we lachen, is dat omdat we ons zeer sterk verbonden voelen met elk van de personages, met hun strijd, hun gebreken, hun pijn en hun angsten.

ML: Ik heb een snor opgezet. Dit gebaar verraadt iets. Het schrift en het ritme verraden ook iets. Er is niets psychologisch aan.

LBR: We zoeken naar wat we leuk vinden. Zoals in het leven, zoals kinderen. Plotseling laat Muriel me in lachen uitbarsten. Bijvoorbeeld wanneer de snor eraf valt en ze "ploc" doet! Deze situatie verbaast ons, brengt ons in vervoering. We proberen ze met alle liefde te reproduceren.

In vaudeville is er een plot, die zich gaandeweg ontwikkelt; het is heel rigoureus.

LBR: De plot is erg belangrijk. Een noodsituatie vertellen die misschien van levensbelang is voor de personages, zonder iets los te laten. Bovendien moeten de zogenaamde "secundaire" personages een echte rol spelen. Chantal Couchard maakt deel uit van het complot. Het personage van Chantal is geen decorstuk, ook al is ze erg decoratief (lacht).

ML: Alexandrine ook.

LBR: Het is de geest van ernst die verbannen is! Nou, ik hoop het.

ML: Het is niet gemakkelijk om het verhaal van 13 personages die aan tafel worden gespeeld, met twee personen duidelijk te maken! Soms las ik zonder toe te horen, er bevond zich een klein spotje op die plek. Het is een opeenvolging van kleine verlichtingstoestellen en verduidelijkingen om alles uiterst begrijpelijk te maken. Het gaat in een tempo...

– Interview door Sylvia Botella, september 2022.

© Noémie della Faille
© Théâtre National Wallonie-Bruxelles