Zeven vrouwen. Zeven emblematische figuren uit de literatuur met overvolle levens. Ze schreven uit passie – die voor sommigen in zelfmoord eindigde. Het zijn unieke, veeleisende vrouwen die in hun oeuvre hun persoonlijke leed overstijgen. Ze onderhielden een tragische relatie met het leven van alledag, dat ze middelmatig en oninteressant vonden. Maar wordt die ‘alledaagsheid’ nu niet juist als een historisch gegeven beleefd? Het dagelijkse leven in het vooroorlogse Parijs, tijdens de Roaring Twenties, in het stalinistische Rusland…

Hoe doe je een oeuvre herleven via het levensverhaal van zijn auteur? Lydie Salvayre beoefent die ‘portretkunst’ – die de 20ste-eeuwse filosoof E.M. Cioran en de 19de-eeuwse literatuurcriticus
Sainte-Beuve vóór haar al met groot succes bedreven – door schrijfsters uit te kiezen die haar leven hebben beïnvloed en dus haar werk hebben gevoed: Emily Brönte (1818-1848), Colette (1873-1954), Virginia Woolf (1882-1941), Djuna Barnes (1892-1982), Marina Tsvetaeva (1892-1941), Ingeborg Bachmann (1926-1973) en Sylvia Plath (1932-1963).

Ze waren de luis in de pels, zorgden voor schandaal en gaven uiteindelijk door hun getuigenissen mee gestalte aan de wereld waaronder ze zo hadden geleden. Hun werken zijn inmiddels literaire monumenten. Lydie Salvayre brengt ze weer tot leven door hun levens, hun schoonheid, hun excessen, hun rebellie, maar ook hun duistere kant en hun wanhoop te beschrijven.

Info

Zie ook...

Backstage