Justine Lequette

Forme et fond d’un même mouvement.

Justine Lequette is afkomstig uit het Noord-Franse Kamerijk en leerde het theater kennen bij  Antoine Lemaire en Franck Renaud via de school die door hun gezelschap THEC (Théâtre en Cambrésis) werd bezield.

Ze was al snel te zien in semiprofessionele voorstellingen die de geschiedenis van dit gezelschap kleur gaven: Dom Juan (Avignon 2007) of Vivre sans but transcendant est devenu possible (2008-2015). Veeleisende en vernieuwende voorstellingen, maar steeds gedreven door de bekommernis om binnen het bereik van het publiek te blijven.

Ze heeft een diploma notariaat op zak, dat ze behaalde aan de Université Droit et Santé de Lille, en voltooide haar acteursopleiding aan het Conservatoire Royal de Liège, waar ze sterk werd getekend door de elkaar aanvullende artistieke visies van Françoise Bloch, Jos Verbist en Raven Ruëll. Die leerden haar hoe een acteur drager kan zijn van zijn eigen woord en zelf schepper kan zijn van zijn eigen tekst.

Via een initiatie in de speeltechnieken en in de constructie van een personage, ontdekt ze wat de 'présence' van een acteur, wat zijn eigen wezen inhoudt.

Maar aan dit conservatorium met zijn rijke politieke traditie (Parfondry, Delcuvellerie, Wanson …), leert ze ook na te denken over wat ze wil zeggen en hoe dit te zeggen. Theater om wat te vertellen? Theater om wat te doen? Als jonge vrouw en via die weg ...

Ze wordt er zich van bewust dat theater, zoals elke kunst, telkens opnieuw moet bevraagd worden, vorm en fundament incluis, en dit tegelijkertijd, in een en dezelfde beweging.

Hoewel ze gefascineerd is door de sociologische onderzoeksfilm en documentaire – haar project haalt inspiratie bij Chronique d’un été, de film uit 1961 van Jean Rouch en Edgar Morin –, hoedt ze zich ervoor een realistisch of naturalistisch theater te beoefenen en leunt ze meer aan bij de documentaire of de gedocumenteerde fictie.

Initiatie, zo vertelt ze ons, helpt ons om in de denkwereld van iemand anders te treden, het is een toegangspoort, geen doel op zich.

Van Françoise Bloch behield ze het principe van een eenvoudige en beweeglijke scenische schikking: drie of vier elementen op karren volstaan om elke ruimte te suggereren. Ze wijst de hypothese van een vierde wand af en wil dat acteurs en toeschouwers er zich samen van bewust zijn dat ze zich in een theater bevinden: de korte afstand, de humor en een speelse distantiëring helpen om hen daaraan te herinneren.

Maar wat ze bovenal opeist – en daartoe trof ze de goede leermeesters – is de meerstemmigheid en harmonie, het collectieve engagement, de investering in het gezelschap. Meer nog dan de schriftuur op de speelvloer, zelfs al werkt ze op die manier, gelooft ze in de verbeeldingskracht van de scheppende acteur, vooral wanneer die wordt gedragen door de solidariteit van een hele groep.

 

Yannic Mancel