Jan-Christoph Gockel

Portret

Na zijn jeugdjaren in Kaiserslautern (Rheinland-Pfalz) studeert Jan-Christoph Göckel theater en film in Frankfurt-am-Main, en vervolgens regie aan de Ernst-Busch Schule in Berlijn, die zeer nauwe banden heeft met het Berliner Ensemble.

Dankzij een samenwerking tussen het Festival de Liège en de Schaubühne am Lehninerplatz wordt hij al van bij zijn afstudeerproject bekend in België. Al snel richt zijn theatertaal zich op een samengaan van documentaire elementen, muziek en poppenspel.

Wat dat laatste betreft is zijn ontmoeting met Michael Pietsch doorslaggevend. De poppenmaker en -speler is nu al in een tiental voorstellingen Jan-Christophs partner-in-crime. Zowat al die producties hebben te maken met sprookjes, met het fantastische, het Unheimliche, waarvan de filosofische en zelfs metafysische dimensies zich bijna altijd uitdrukken via de concrete bricolage – open en bloot op het toneel– van grondstoffen en voorwerpen.

Van de voorstellingen die wat dit betreft representatief zijn, vermelden we Grimm un conte allemand, geïnspireerd op het leven en werk van de gebroeders Grimm, een zeer persoonlijke versie van Metropolis, Merlin ou la terre dévastée van Tankred Dorst, Schinderhommes (een soort Robin Hood uit het Rijngebied), Les Rats van Gerhart Hauptmann, en tot slot Macbeth en Pinocchio.

Sedert 2014 is Jan-Christoph Gockel artist-in-residence bij het Theater Mainz waar zijn samenwerking met Michaël Pietsch nog intenser wordt, aangevuld met het werk van Julia Kunzweg, hun scenografe. Al van kindsbeen af maakt Michaël Pietsch poppen en verkent hij de vage grens tussen leven en dood, tussen bezield en onbezield. In Macbeth, waarin de dood alomtegenwoordig is, gebruikt hij opgezette dieren die hij weer tot leven wekt. Voor De gebroeders Grimm wil hij een reus van vier meter hoog die moet worden gemanipuleerd door vier of vijf spelers.

En wat Frankenstein betreft: aangezien het een beetje te morbide zou zijn om op kerkhoven stukken huid en beenderen te gaan sprokkelen, kozen Michaël en Jan-Christoph voor voorwerpen met een voorgeschiedenis, overgeërfde of gerecupereerde voorwerpen die met hun voormalige eigenaars een belangrijk stuk van hun leven hebben gedeeld. Het monster dat aldus live wordt samengesteld op een tot laboratorium omgevormde toneelvloer is de drager van een collectieve herinnering die wordt gevoed door de medewerkers aan deze voorstelling, door het schouwburgpersoneel en zelfs door de toeschouwers die willen meedoen aan deze participatieve ervaring.

En voor deze eerste door het Théâtre National ondersteunde productie, hebben de twee kompanen besloten hun artistieke avontuur een naam te geven, peachesandrooster, een soort van anagram of containerbegrip met als kern het woord 'androïde', dat hun beider namen verbindt in een vreemd en monsterachtig tweespan.

 

Yannic Mancel

 

Frankenstein - 07 > 17.03.18

Programma