Naar hoofdinhoud
Théâtre National Wallonie-Bruxelles
Interview

Une invitation

à déployer

Geassocieerde kunstenaars 2026·2031
Met de start van dit nieuwe artistieke mandaat breekt een nieuwe fase aan. We doen dat aan de zijde van vijf gastartiesten die bij ons de ruimte krijgen om hun eigen universum te ontplooien.
Justine Lequette is bij het Théâtre National zeker geen onbekende; ze vertrouwde ons destijds al haar allereerste voorstelling toe (J’abandonne une partie de moi que j’adapte). Schrijfster en slamartieste Joëlle Sambi schudt op haar beurt vastgeroeste beelden door elkaar en helpt ons de dekolonisatie van onze denkbeelden voort te zetten. Choreografe Ayelen Parolin, sinds een paar jaar een vertrouwde bondgenoot, blijft ons verleiden met de ongelooflijke eigenzinnigheid van haar werk. Gaël Santisteva, die eerder al bejubeld werd met Voie, Voix, Vois en Piñata Cake, weeft verschillende artistieke talen door elkaar met een menselijkheid die ons diep raakt. Tot slot is er Rébecca Chaillon, een artieste van buiten de Federatie Wallonië-Brussel, die ons aangrijpt met haar krachtige, militante stem.
 Het is een wederzijds engagement, zowel op de planken als naar de toeschouwers toe. Hun aanwezigheid geeft vorm aan onze roeping als creatieplek waar uiteenlopende artistieke talen naast elkaar kunnen bestaan.
Théâtre National Wallonie-Bruxelles

Ayelen Parolin

In mijn werk probeer uit te gaan van mijn onwetendheid. Wanneer je het niet weet, word je nieuwsgierig; je stelt je open. Er schuilt daarin een zekere kwetsbaarheid die me raakt, iets dat te maken heeft met de fout en de 'anti-fout'. Het is mijn manier om kritisch naar presteren te kijken: hoe behaal je succes, en kan dat ook anders? Ik wil de verhalen achter onze zogenaamde fundamenten bevragen en herschrijven. Codes doorbreken, zoeken naar een andere manier om in de wereld te staan en met elkaar om te gaan. Misschien stromender, minder rigide, met meer plezier in het samenkomen, in de solidariteit en de ontmoeting…

Ik dans al sinds ik klein was. Ik denk dat mijn praktijk nauw verbonden is met die kinderlijke verhouding tot beweging: de verwondering over wat je met je lichaam kunt doen, over de energie die een lichaam kan uitstralen en wat het kan communiceren. Het is het alledaagse dat buitengewoon wordt. Het zit diep in mijn werk verweven, samen met een vraag waar ik al jaren mee speel: hoe kan plezier onze onderlinge band transformeren en onze gezamenlijke kracht vergroten?

Die vraag draait niet alleen om wat we doen, maar vooral om hoe we het doen: de band tussen mensen, de echte connectie. Hoe raakt de ander mij? En hoe kan ik de ander raken met mijn bewegingen? Het is een samenspel van ontmoetingen en uitwisseling – met plezier als vertrekpunt én als hartslag.

Théâtre National Wallonie-Bruxelles

Joëlle Sambi

Ik ben Belgisch-Congolees. Brussel en Kinshasa zijn allebei mijn thuis. Ik ben auteur, dichter, slammer en regisseur. Mijn artistieke praktijk draait om schrijven; het is mijn meest intieme en krachtige expressiemiddel. Het stelt me in staat om de wereld op een tikkeltje eigenzinnige, poëtische manier te duiden.

Of ik nu kunstenaar ben of niet, als activist en simpelweg als mens heb ik de verantwoordelijkheid om te getuigen van de wereld om me heen: de Brusselse straten en de mensen die daar aan hun lot worden overgelaten, de gebombardeerde scholen in Iran, Gaza, het vergeten Congo dat wordt verkwanseld met schijnakkoorden. Dat is wat mij in beweging zet. Ook het feit dat er in het Europa van vandaag nog steeds gestreden moet worden voor het recht op abortus. Al die zaken raken me. Of ik nu rechtstreeks betrokken ben of niet, dat doet er niet toe. De vraag is eerder: hoe gaan we in deze wereld leven als we niet in opstand komen tegen wat er misgaat? En niet alleen door het te benoemen, maar ook door onrecht te bestrijden en te proberen te herstellen wat er te redden valt.

Creëren is een noodzaak, maar ik volg geen uitgestippeld pad. Ik zeg niet tegen mezelf: 'Hier móét ik het over hebben!' Misschien dat ik over veertig jaar, wanneer ik de balans opmaak, zal concluderen dat we uiteindelijk alleen maar variaties op hetzelfde thema hebben gemaakt. Eigenlijk denk ik dat nu al; alles is al eens gedaan en gezegd. We vinden het warm water niet uit, we bedenken alleen nieuwe manieren om het te laten stromen. Maar ik hou van de kruisbestuiving, de vragen, de afgronden, de twijfels en de vreugde waarin het schrijven, het creëren en de strijd me onderdompelen. Het voedt me.

Théâtre National Wallonie-Bruxelles

Gaël Santisteva

Wat mij boeit, is bezig zijn met alles wat ons omringt — in de zin van: het in scène zetten en zichtbaar maken. Vertrekken vanuit wie we zijn: mijn vrienden, de mensen die ik tegenkom, de mensen met wie ik op het podium sta en de codes waarbinnen we ons bewegen. Ik bekijk die graag met wat humor en een lichte twist.

Er heerst altijd een zekere chaos, iets weidser, dat door mijn gedachten spookt. Maar ik heb het gevoel dat we door het vertrouwde op het podium te herhalen, beter kunnen 'uitzoomen'. In die afstand opent zich iets: een manier om anders te denken, om vrijer adem te halen en ons minder alleen te voelen in dat proces. Ik hou ervan wanneer we op de scène over intieme, zelfs banale dingen praten in een onverwachte, bijna spontane vorm. Een soort geïmproviseerd kringgesprek dat plots ontstaat midden in een fictief verhaal. Een nachtelijke picknick waarin we onze diepste zielenroerselen delen.

Op die momenten gunnen we onszelf de ruimte om aandachtiger te zijn, ontvankelijker voor wat er tussen ons circuleert. We luisteren anders, nemen de tijd en laten ruimte voor de ander. Er ontstaat een vorm van nabijheid met het publiek; we stellen ons op als kwetsbare, gevoelige wezens. Ik wil absoluut dat het publiek zich dicht bij ons op de vloer voelt. Dat mensen, terwijl ze kijken, tegelijkertijd aan dingen moeten denken die ze zelf meer zouden willen delen.

Als toeschouwer hou ik van voorstellingen die me raken, die bevragen en me uitnodigen om ergens anders naar te kijken — stukken die me echt aan het denken zetten over serieuze thema's. Maar in mijn eigen werk wil ik dat het aantrekkelijke en verleidelijke aspect vooropstaat, terwijl ik speel met de klassieke theatercodes. Misschien ook omdat ik uit de circuswereld kom en we daar nu eenmaal houden van stunts, het 'wow-effect'. Ik vind het leuk om alles te mixen en de grenzen van het theater op te zoeken. Ik probeer boodschappen over te brengen, maar dan via een omweg, altijd een beetje tegendraads. Het is werk dat gaandeweg vorm krijgt en waar veel plezier in zit. Humor en ironie zijn heel belangrijk voor mij; ik vind dat dit ons terugbrengt naar een vorm van realiteit. 

Théâtre National Wallonie-Bruxelles

Justine Lequette

Er zijn twee dingen die me stimuleren, twee thema’s die als een rode draad door mijn werk lopen. Om te beginnen: het collectief. Ik vertrek vanuit een verlangen om iets uit te drukken, maar mijn intuïtie vindt pas echt een weg en een vorm in de wrijving tussen mijn eigen wensen en die van andere unieke individuen. Daarnaast creëer ik graag verhalen waaruit op de scène een collectief ontstaat; verhalen die de gevestigde orde bevragen. Door de fysieke aanwezigheid van de lichamen op de scène – die zelf ook al een verhaal vertellen – toon ik andere manieren waarop mensen zich tot de wereld en tot elkaar kunnen verhouden. Een andere kwaliteit van verbinding. Het theater moet een plek kunnen zijn waar die bevrijding, die emancipatie, hier en nu al tastbaar is.

Iets anders waar ik in mijn werk veel belang aan hecht, is de dialoog met het verleden. Mijn voorstellingen roepen meestal stukjes geschiedenis op; ze brengen figuren, denkwijzen en strijdpunten uit het verleden weer tot leven. In onze neoliberale wereld worden we voortdurend uitgenodigd om onszelf als 'onhistorische' wezens te zien. We worden op zichzelf staande bedrijfjes, aangespoord om alleen in een voortdurend 'hyper-nu' te leven, terwijl we in werkelijkheid deel uitmaken van een lange geschiedenis. Voor mij is theater een manier om het individu weer in die lange geschiedenis te plaatsen.

Ik hou ervan om figuren uit het verleden op te roepen: hun stemmen en taalgebruik opnieuw te laten horen, hun lichamen te tonen, hun blik op de wereld te laten zien. Op die manier kunnen we vaststellen: zo denken we niet meer, zo kijken we niet meer, we hebben dit soort lichamen niet meer. Dat theater zoiets mogelijk maakt, is prachtig. Wat me fascineert is de kloof: door die kloof te ervaren, herinneren we ons dat de wereld waarin we nu leven niet altijd zo is geweest… En dat biedt mogelijkheden om ons een andere toekomst voor te stellen

Théâtre National Wallonie-Bruxelles

Rébecca Chaillon

Ik heb altijd de noodzaak gevoeld om te verbeelden, om fictie te creëren en figuren tot leven te brengen. Wat mij aanzet tot actie, is een gevoel van onbehagen; het leven in een wereld die tegelijkertijd racistisch, homofoob en seksistisch is — vaak alles tegelijkertijd. Ik móét spreken over de opkomst van het fascisme en autoriteit, over machtsmisbruik, politiegeweld, systemisch racisme en de onderdrukking van wie in de marge leeft. Ik moet deze thema’s, die me kunnen verlammen of pijn doen, delen met een gemeenschap van makers, met technici, producenten en met het publiek. Het is een manier om de confrontatie aan te gaan met de actualiteit; niet zozeer met specifieke feiten, maar met de optelsom van al dat geweld.

Tegelijkertijd wil ik vertellen over de band met familie en hoe je die opbouwt vanuit mijn perspectief. Ik ben veertig jaar, ik ben zwart, ik woon op een plek met een enorm stigma, ik ben een lesbische vrouw en ik ben een kunstenaar met een veeleisende carrière. Hoe ga je om met een kinderwens als niets vanzelfsprekend is?

Daarnaast voel ik de behoefte of de wil om het te hebben over vriendschap en de kracht van de gemeenschap, van gemeenschappen. 

Ik prijs me gelukkig met een instrument als het theater: een plek waar mensen samenkomen om te luisteren, na te denken en te ontdekken. Ik probeer ervoor te zorgen dat we onszelf collectief overstijgen, zonder dat het te intellectueel wordt of doorspekt is met codes die niemand begrijpt. Het moet trouw blijven aan wie ik ben: een tikkeltje veeleisend, maar altijd toegankelijk

Photo : Jordan Core, Direction artistique Kenza Taleb Vandeput