Armel Roussel

Hij werd geboren op het Ile aux Moines (Monnikeneiland) in de Golf van Morbihan. Dat doet dromen. Nadat hij aan het lyceum van Vannes zijn baccalaureaat optie film had behaald, trok hij naar de regieafdeling van het INSAS. En dan kwam de verrassing! Op de dag van de bekendmaking van de resultaten stelde de jury hem voor om zich te heroriënteren richting theater. Een 'accident de parcours' dat hij zich niet beklaagt, want het is daar dat hij leerde wat acteursregie betekent.

Zijn eerste werkervaringen beleefde hij aan het Théâtre Varia in de schaduw van Michel Dezoteux. Zes jaar lang was hij diens regieassistent, onder meer voor een eerste L’Eveil du printemps (Voorjaarsontwaken).

Maar tegelijkertijd begon hij los van het Théâtre Varia zelf te regisseren. Zijn eersteling is Roberto Zucco van Bernard-Marie Koltès, waarin zich reeds al zijn esthetische stellingnames voor de toekomst aftekenen: hij breekt er een lans voor een tekst- en auteurstheater waarin de emoties – van woorden en lichamen – de basis vormen voor de opbouw van het beeld.

Voor hem vormen de acteur en de emoties het fundament van elke toneelesthetiek. Daaruit volgt dat het decor voor hem niet meer is dan een speelterrein voor de acteurs, voor de dramaturgie en voor de globale beleving van de voorstelling.

In zijn artistiek verhaal beschouwt hij elke voorstelling als een unieke en autonome ervaring aan het adres van het publiek. Zijn toneelwerk doorbreekt weliswaar de vierde wand, maar zijn doel is wel degelijk het leven te vatten op het toneel. Hij verkiest bovendien soms de term ‘presentatie’ boven ‘representatie’: zo kan hij immers sterker het hier en nu benadrukken van het immer efemere en vluchtige theatrale moment dat wordt beleefd.

Men zegt weleens dat zijn regies veeleer symfonisch dan kamermuzikaal zijn. Uit angst zich te beperken tot louter de kleine psychologische melodie, verkiest hij boven toneelstukken met drie of vier personages de meerstemmigheid en harmonie van de koorzang, het collectieve engagement, de groepsbewegingen. Dat dringt zich al snel op als een evoluerend fresco en onthult nog beter de eenzaamheid van een personage dat de weg verliest of verdrinkt in die veelheid.

Voor deze tweede kans die Fabrice Murgia hem bij het Théâtre National biedt, wil hij de fouten uit het verleden niet opnieuw maken: vooral niet anticiperen op de veronderstelde smaak van het publiek of van het huis, valse belangen op afstand houden, zich niet laten overweldigen of niet proberen om illusoire verwachtingen in te lossen. Integendeel, zichzelf blijven, ambachtelijk en oprecht. Vertrouwen stellen in de jeugdigheid van de nieuwe directeur, in de frisheid van zijn programmering en in de levenskracht van de vernieuwing.

 

Yannic Mancel