Naar hoofdinhoud
Théâtre National Wallonie-Bruxelles
Interview

Mag ik je nog iets anders zeggen?

Clément & Guillaume Papachristou

Une tentative presque comme une autre
Deze fragmenten zijn afkomstig uit interviews die onderzoekster Marie Bonnarme in het voorjaar van 2022 heeft afgenomen van Clément Papachristou en Guillaume Papachristou in het kader van haar doctoraatsthesis La Création théâtrale à deux entre artiste valide et artiste en situation de handicap.*
© Bastien Montes
Clément

Kunt je mij vertellen over je eerste creatiefase aan het Conservatorium van Luik?
Ja, het was de eerste keer dat ik me realiseerde dat werken in het theater met Guillaume heel anders was. Telkens als we repeteren merk ik hoe complex onze dagen zijn. Bij Guillaume kun je niet echt een onderscheid maken tussen een dag buiten het theater en het eigenlijke theater. Natuurlijk is er een verschil tussen wanneer we spelen en wanneer niet, maar zo zit mijn dag nu eenmaal in elkaar. Een dag is vooral de ochtend: opstaan, douchen, wassen, naar het toilet gaan, eten, bewegen, een trap aflopen... Tot we rond 14.00 uur in het theater zijn.

Je beseft dat dit alles deel uitmaakt van de show. De scheidingslijn is dun. De uitdaging is: wat komt er uit dit alles, uit de hele off, als we op het podium staan? Moet het doorschemeren? 

En de creatie zelf? 
Om verder te gaan met de chronologie van onze eerste werksessie, nu 8 jaar geleden, moet ik toegeven dat het supermoeilijk was. Afgezien van het feit dat, toen we in de repetitieruimte aankwamen, ik uitgeput was en hij ook - we hadden zin om een dutje te doen denk ik - ook moreel uitgeput omdat het heel sterk was, voor mij, voor ons. Los van dat alles was er een moment waarop we alleen waren en niet wisten wat we moesten doen. Het soort sterke, krachtige beelden dat ik in mijn hoofd had, konden we enerzijds niet bekijken, maar anderzijds ook niet op de set creëren. En toen bleek dat ik één persoon uitnodigde - Sarah om te beginnen - en daarna andere mensen.  

We begonnen zulke mensen uit te nodigen, tchac-tchac. Gelukkig maar, want anders was het niet gebeurd.

Waartoe hebben deze blikken vanuit de buitenwereld geleid? 
Deze blik op het werk was nodig voor ons werk. Ik besefte dat er een discrepantie was tussen wat ik dacht dat we probeerden over te brengen en wat Sarah zag. Ze zag veel dingen die haar gewelddadig leken en ze was vaak bang. Ik deed allerlei dingen met Guillaume's lichaam die ik volkomen normaal vond, maar toen ze het zag zei ze tegen zichzelf: "Ik ben bang dat je hem pijn gaat doen, ik kan als toeschouwer niet stoppen met denken dat je hem pijn gaat doen. Dat hij het er niet mee eens is. Ik vraag me altijd af: mag hij op het podium of niet?

Uiteraard had ik me voorbereid op deze voorstelling en ik wist dat mij in een mijnenveld begaf, vol valkuilen. Dat blijf ik tegen mezelf zeggen. We moeten opletten voor de valkuilen. Mijn broer is zeer bereid om deze voorstelling te maken, hij is een geweldige acteur, maar je moet het laten zien. We moeten het slim aanpakken om duidelijk te maken dat Guillaume een deelnemer is, een acteur in de show.

Zijn jullie beiden bedenkers/makers van de voorstelling? Hebben jullie deze voorstelling samen bedacht? 
Ja, met z’n tweeën... echt met z’n tweeën... Zelfs... Zie je, ik wilde zeggen, en ik denk dat het interessant is omdat het ongeveer daarom draait, zou ik zeggen: "het zijn echt twee mensen, zelfs al heb ik soms de indruk dat het meer hij is dan ik". Het is een uitdaging om het met twee personen te doen, zelfs in die zin: voorkomen dat Guillaume alle ruimte inneemt. 

Wanneer je werkt met een persoon met een handicap, is er geen voordeel van de twijfel. De geringste twijfel zal onvermijdelijk leiden tot de stelling dat Guillaume al dan niet toestemming heeft gegeven. Dat betekent alleen dat het niet 50/50 moet zijn. Het is alsof we Guillaume vanaf het begin een grotere rol moesten geven, zodat we er zeker van konden zijn dat hij akkoord gaat, er zeker van zijn dat hij een acteur is, verlost van alle angsten die we hebben. We moeten ook de vooroordelen overwinnen van de toeschouwers. Wat zij zien, is immers een persoon die niet goed spreekt en niet loopt en in een rolstoel zit, die een beetje kwijlt en niet goed ademt. We moeten die vooroordelen een kopje kleiner maken. We moeten dus meer ruimte laten om dit te zien, dus moeten we meer ruimte laten aan Guillaume. Om al deze redenen zat gelijkheid er niet in.

De uitdaging is dus om dit te laten gebeuren zonder dat ik "in dienst van Guillaume sta" omdat we anders iets missen. Tegelijkertijd moet het podium een ruimte zijn voor de ander, een ruimte voor de ander, een ruimte voor Guillaume. Ik denk dat dit ook belangrijk is. Maar je moet het op een goede manier doen en ik weet niet of je dat kunt, eerlijk gezegd. Het is echt niet makkelijk. 

Guillaume

Is er een herinnering die je in het bijzonder heeft getekend tijdens het maken van de show?
Clément is niet bang voor mij. 

Hij is niet bang om met me om te gaan... Hoe me aan te kleden, hoe me in pyjama te stoppen, hoe me in het toilet te stoppen, hoe pipi en kaka te doen... Hij is niet bang voor dat alles.

Heb je het gevoel dat je relatie in het leven van invloed is op de show?
Ja.

Wat verandert dat op het podium? 
Toen ik klein was, voelde Clément zich vergeten. Het was Guillaume eerst, Guillaume eerst. En Clément werd door iedereen vergeten.  

Kan ik je iets vertellen?  

Natuurlijk.
Het is het tegenovergestelde voor mij. Ik had de indruk dat Clément eerst kwam en ik daarna. Ik voelde me een beetje nutteloos. Als het gaat over beweging. 

Mag ik je een voorbeeld geven? ... In verband met opruimen: mijn moeder hing altijd een papiertje aan de koelkast met de taken van de week. Ze duidde Clément aan op woensdag: opruimen, enz. Ze noteerde nooit mijn naam. Ze heeft nooit mijn voornaam genoteerd. Ik voelde me vergeten op dat kleine papiertje. 

Als je het herhaalt, voel je je dan ook vergeten? 
Soms wel, soms niet. 

Ik krijg niet veel opdrachten. Ze zouden me bij voorbeeld kunnen zeggen: "vergeet dit niet te doen, vergeet dat niet te doen" of "herinner me hieraan, ik ben bang dat ik het vergeet"... Voor mij is dat heel belangrijk. 

En voor jou is dat net zo belangrijk als wat er op het podium gebeurt?
Zelfs nog meer. Als ik geen opdracht krijg voel ik me een object. Want als ik geen opdracht krijg, voel ik me als een marionet die gehoorzaamt. Ik voel me een beetje dood.

En je voelt je niet zo tijdens de voorstelling? 
Nee. Ik voel me niet dood in de voorstelling.

Waarom is het anders?
Ik krijg opdrachten, ik krijg veel opdrachten in het theater. Er wordt veel aan me gedacht. Voor mij is het belangrijkste dat ik opdrachten krijg en dat er met mij rekening wordt gehouden en dat ik begrepen word. 

Kan ik je nog iets anders vertellen? 

Tuurlijk.
Voor de show kende ik Clément niet zo goed. Ik kende hem niet zo goed. Daardoor leerde ik hem beter kennen. Maar ik ken hem niet altijd maar... om hem beter te leren kennen. 

Maar soms heb ik het gevoel dat ik alle ruimte in beslag neem. Ik heb de indruk dat Clément minder spreekt op het podium. Hij praat minder over zijn problemen.

Soms word ik moe van het brengen, brengen, brengen naar het theater. Praten, naar het podium brengen. Veel materiaal op het podium brengen. 

Soms heb ik het gevoel dat ik van alles naar het podium breng terwijl hij me niets vertelt. 

Je maakt toch ook deel uit van een groep acteurs in Marseille? 
Ja, maar in Marseille worden we niet betaald.  

En verandert er veel voor je om betaald te worden? 
Ja, het verandert veel voor mij. Sorry, ik ben een beetje emotioneel.   

Waarom? Omdat het betekent dat ik deel uitmaak van het team. 
Omdat het betekent dat ik een mens ben, die betaald wordt. Voor mij betekent het dat ik een mens ben.   

Voel je je een mens als je betaald wordt? 
Ja, voor mij wel. 

* Deze thesis komt tot stand binnen de doctoraatsschool in de Kunsten en Wetenschappen van de Kunst in het kader van een cotutorschap tussen de ULiège en het Koninklijk Conservatorium van Luik. Het wordt mede geleid door Maud Hagelstein en Isabelle Gyselinx en gefinancierd door Wallonie-Bruxelles Enseignement (WBE). Werken met een acteur met een handicap impliceert specifieke voorwaarden in de creatie, waar het publiek maar al te vaak geen weet van heeft. De interviews belichten het creatieve proces van binnenuit, zowel professioneel als menselijk.

© Théâtre National Wallonie-Bruxelles